Onze doelstellingen
De wijk is voor alle bewoners een fijne plek om goed te wonen. Ook of juist voor bewoners die wat meer kwetsbaar zijn dan andere bewoners is een fijne woonplek erg van belang.
De bevolking in ons werkgebied vergrijst: meer ouderen, die bovendien steeds ouder worden. Vroeg of laat krijgen zij te maken met mobiliteitsbeperkingen, specifieke zorgvragen of aandoeningen als dementie. De verdubbeling van de zorgvraag de komende tien jaar in de ouderenzorg gaat naar verwachting gepaard met een afname van personele capaciteit van 30%. Ouderen blijven daardoor zo lang mogelijk zelfstandig thuis in de wijk wonen. Eenzaamheid en niet meer mee kunnen doen met de samenleving liggen op de loer. De wijkgemeenschap en het informele zorgnetwerk moet een deel van de traditionele zorg vervangen. En om de professionele zorg efficiënt te houden, is clustering noodzakelijk.
Ook hebben we te maken met een groeiende instroom van mensen die vragen om zorg en/of begeleiding, zoals mensen die uitstromen uit de GGZ, maatschappelijke opvang, beschermd wonen en statushouders. Vaak gaat dat goed, maar soms leidt het tot spanningen in de wijk in het geval van onbegrepen gedrag, overlast, verwaarlozing en weigering van zorg. We zien deze groep groeien.
We zijn volop in gesprek met allerlei zorgpartijen en gemeentes over de ontwikkelingen op het gebied van wonen en zorg, en wat voor ons en onze bewoners betekent. We onderscheiden voor onszelf een vastgoedrol en een dienstverleningsrol op het thema wonen en zorg.
Wat staat er in 2024 op de planning?
De vraag naar nieuwe woonconcepten neemt toe. Vanuit onze vastgoedrol zien we vooral in geclusterd wonen een toekomstbestendig concept. We voegen tot 2030 500 geclusterde woningen (met levensloopgeschikte of verzorg wonen-kwaliteit) toe aan de voorraad en vullen dat per stad concreet in.
Om de samenredzaamheid van bewoners te stimuleren en begeleiden, zetten we in op community building en het stimuleren van ontmoeting in de directe woonomgeving. Om met een zware zorgvraag thuis te kunnen blijven wonen, is het nodig dat de buurt bijdraagt.
Momenteel is 16% van de woningvoorraad geschikt voor bewoning door ouderen die zorg aan huis nodig hebben. We maken de beweging naar 20%. In Breda geven we voor de wijken Tuinzigt, Heuvel en Hoge Vucht in samenwerking met de gemeente, Laurentius, WonenBreburg, Surplus en Thebe de dienstverlening rondom Langer thuis vorm. In Etten-Leur starten we met de gemeente, Avoord en Surplus met vier pilots verpleegzorg thuis (VPT) in Controfort, Oderkerkpark/Van Kuijckflat, Valpoort en Dreef/Schaapskooi. In de Pastorie in Nispen (gemeente Roosendaal) ontwikkelen we met de gemeente en TWB een woonconcept voor ouderen met een zorgvraag en voor bewoners zonder zorgvraag. In Watermolen starten we met onze partners een pilot VPT.
In Breda starten we samen met Surplus en Thebe een pilot met een nieuw woonzorgconcept in Heksenwiel, Hoge Vucht en Brabantpark. We zetten de woonvoorziening gemengd wonen Gageldonk om van een regionale naar een lokale voorziening. We starten de voorziening Skaeve Huse op en experimenteren met nieuwe vormen van samenwerking in onder andere het bewonersinitiatief Middellaan. In nieuwbouw onderzoeken we de mogelijkheid voor gemengd wonen. Gebouw C en de flexwoningen zijn gericht op het huisvesten van spoedzoekers en/of statushouders en/of uitstroom maatschappelijke opvang en beschermd wonen. We maken de invulling van het sociaal beheer, de individuele begeleiding en community building concreet. Met de start van de ontwikkeling van drie flexwoninglocaties leveren we een grote bijdrage aan de huisvesting van statushouders (maximaal 1/3 van de woningen) en bijzondere doelgroepen (maximaal 1/6 van de woningen). Uitoord is specifiek gericht mensen met een autisme spectrumstoornis die zelfstandig kunnen wonen.
In Etten-Leur spannen we ons onder de noemer Samen leven in de wijk samen met de gemeente en GGZ Breburg in om de sociale inclusie in de wijken van Etten-Leur blijvend te bevorderen.
In Roosendaal onderzoeken we de mogelijkheden voor gemengd wonen in de nieuwbouw. We experimenteren met gemengd wonen in de Beneluxflat om zo lang mogelijk zelfstandig wonen mogelijk te maken.
De grotere rol van het buurtnetwerk
Onze wijkconsulent in Gageldonk in Breda kreeg steeds meer signalen dat er bij escalaties in de buurt bij betrokken partijen vooral aandacht is voor de overlastgever. Er is weinig oog voor de impact op de woonomgeving. We hebben als corporatie een verantwoordelijkheid richting de individuele huurder, maar ook richting de woonomgeving.
Om escalaties te voorkomen, is het belangrijk in de buurt een waakvlamfunctie te creëren met betrokken partijen. Zo kunnen we samen alert reageren als een bewoner hulp of ondersteuning nodig heeft. De overlastgevende bewoner draagt samen met zijn netwerk, betrokken partijen en de woonomgeving bij aan een oplossing. Het elkaar leren kennen zorgt voor meer begrip en minder gevoel van onveiligheid bij omwonenden.
Community building
We zijn hierover in gesprek gegaan met de gemeente Breda en de pilot Gageldonk ontstond. Wijkprofessionals krijgen van de gemeente ruimte om te experimenteren met een andere aanpak. Bij deze aanpak is er zowel aandacht voor het individu als voor het collectief, via community building. We gaan met buurtbewoners in gesprek hoe ze een bijdrage willen leveren aan fijn wonen. Door hen te leren omgaan met personen met multiproblematiek ontstaat er meer weerbaarheid en inzicht in hoe te handelen.
Buurtbewoners zijn de ogen en oren in de wijk en kunnen signalen doorgeven aan het buurtnetwerk. We hebben de buurt nodig om escalaties te voorkomen. Het gaat dus om het uitbreiden van het buurtnetwerk en het versterken van de gemeenschapsvorming. We hopen door deze pilot escalaties in de buurt te voorkomen en door inzet van het buurtnetwerk en community building de maatschappelijke kosten te reduceren.
Community care
We hebben ook veel aandacht voor het organiseren van de zorg rondom ouderen. Het zorglandschap verandert: ouderen blijven langer thuis wonen en maken dus langer onderdeel uit van de buurt.
Er is nu al krapte aan zorgpersoneel, dus de inzet van domotica en andere hulpmiddelen wordt steeds belangrijk. Maar ook het netwerk en de buurt rondom ouderen spelen een steeds grotere rol. Betrokken buren zouden lichte zorgtaken kunnen overnemen, zoals het doen van boodschappen en het druppelen van de ogen. Of ze kunnen een rol spelen bij de zorgalarmering.
De samenleving verandert en het percentage mensen dat hulp of zorg nodig heeft, stijgt. We moeten daarom met alle betrokkenen goed nadenken over de toekomst van het wonen en over de ontwikkeling van netwerken in de wijk.
Judith van den Bos, adviseur wonen, zorg en welzijn
Monique Bruijns, adviseur vitale wijken